reactie David Geerts over onduidelijkheid standpunt terugtrekking troepen Afghanistan Afdrukken E-mail

 Gisteren in de plenaire vergadering in de kamer stelde David Geerts (sp.a) de vraag aan Minister van Defensie Pieter De Crem (cd&v) wat het standpunt van België was over de troepenterugtrekking in Afghanistan. De minister antwoordde dat het een volgende regering toekomt om over de Belgische aanwezigheid te beslissen.

Merkwaardig sprak Minister van Buitenlandse Zaken Vanackere (cd&v) hem tegen. Volgens hem moet er snel een beslissing komen over de terugtrekking.

 

 

Sp.a kamerlid David Geerts: "Ik vind het opmerkelijk dat Minister Vanackere op de radio verklaarde dat er wel een vermindering van de troepen moet komen en dat er nu duidelijkheid moet worden gecreëerd worden i.v.m. onze deelname in Afghanistan.

De Crem antwoordde gisteren in de plenaire echter dat de beslissing om onze missies te verlengen of niet, geen bevoegdheid van lopende zaken is en dat dus alles bij het oude blijft.

Volgens mij gebruikt men non decision om toch militaire spierballen te rollen."

 

Zie hieronder de parlementaire vraag in de plenaire vergadering van donderdag 23 juni 2011

09 Samengevoegde vragen van

- de heer Wouter De Vriendt aan de minister van Landsverdediging over "de progressieve terugtrekking uit Afghanistan en onze aanwezigheid in Libië en Afghanistan" (nr. P0415)

- de heer David Geerts aan de minister van Landsverdediging over "de progressieve terugtrekking uit Afghanistan en onze aanwezigheid in Libië en Afghanistan" (nr. P0416)

09.01  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië hebben aangekondigd dat zij hun militairen zullen terugtrekken.

De eerste vraag aan de regering is wat België zal doen. Immers, ongeacht of wij nu al dan niet in lopende zaken zijn, over zes maanden loopt ons mandaat in Afghanistan af. Wij moeten evenwel nu een beslissing nemen.

Wat is de reden voor de beslissing van die landen? Is het, omdat de taliban militair verslagen zijn? Is het omdat er in Afghanistan minder burgerdoden vallen? Is het omdat er nu een onderhandeld akkoord met de taliban zou zijn? Neen, niets van dat alles is de reden. Collega's, de reden waarom de genoemde landen de beslissing tot terugtrekking hebben genomen, is de oorlogsmoeheid van de eigen bevolking en dus van hun kiezers. Dat is de realiteit.

De oorlog in Afghanistan is tot op vandaag totaal mislukt. Wij zijn het echter blijkbaar beu. Wij draaien onze rug. Wij kijken niet om. Wij kijken niet om naar het land dat wij achterlaten. Dat is bijzonder cynisch.

Moeten wij tot de eeuwigheid in Afghanistan blijven? Natuurlijk niet. Moeten wij onze militairen zo snel mogelijk uit Afghanistan wegtrekken? Natuurlijk wel, maar niet vooraleer er voor Afghanistan en voor de Afghanen zelf een duurzame, politieke toekomst is.

Mijnheer de minister, onze militairen zijn in Afghanistan, maar dat moet stoppen. Dat kan alleen maar stoppen, indien wij in het land zelf tot een onderhandelde, politieke oplossing komen. De militaire terugtrekking kan er alleen maar onder die voorwaarde komen.

Wij weten echter allen dat de eenzijdige, militaire strategie van de voorbije tien jaar geen enkele oplossing dichterbij heeft gebracht. Wij weten nochtans wat de ingrediënten en de pijlers van een dergelijke, politieke oplossing voor Afghanistan zijn. Dat is druk zetten op Pakistan, om de steun aan de taliban te stoppen. Dat is ook proberen met de gematigde taliban te onderhandelen. Dat is tevens de civiele hulp, de wederopbouw en de inspanningen daartoe in Afghanistan verhogen.

Het is echter het falen van de internationale gemeenschap en ook van de Belgische regering geweest, dat in die zin geen stappen zijn gezet.

Mijnheer de minister, het Afghanistanverhaal stemt mij dus bijzonder bitter. Ik wil u vragen om tussen nu en 2012, wanneer de grote terugtrekkingen worden gepland, in de NAVO hard op tafel te kloppen, met het oog op een andere, politieke strategie voor Afghanistan.

09.02  David Geerts (sp.a): Mijnheer de minister, ik heb u vanmorgen op de radio gehoord. U zei dat de Amerikanen hun troepen zullen terugtrekken wegens de burgemeesterverkiezingen en de primaries voor de presidentsverkiezingen. Stel u voor dat wij ons buitenlands beleid zouden afstemmen op de verkiezingen in ons land. Ik denk dat dat een probleem zou opleveren.

U zegt dat de vermindering van 100 000 naar 70 000 geen enkele militaire invloed heeft. Kunt u mij dat eens verklaren, zeker ten opzichte van de andere lidstaten? U zegt ook dat wij met onze 626 militairen aanwezig zullen blijven tot het einde van dit jaar. De NAVO-verplichtingen bepalen dat wijzigingen in de bijdrage van de lidstaten zes maanden op voorhand moeten worden aangekondigd. Wanneer zult u naar het Parlement komen met uw strategie voor een vermindering van de militaire inzet, maar een verhoging van de humanitaire bijdrage.

Ik kom dan tot de buitenlandse operatie in Libië. U verwijst naar de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, die een pauze in de bombardementen heeft gevraagd, zodat humanitair kan worden opgetreden. België zegt neen. België zegt zijn mandaat te zullen verlengen met drie maanden. De Arabische Liga twijfelt aan een bijkomende inzet. Wij hadden in het Parlement de afspraak gemaakt dat de regering het Parlement over elke beslissing zou informeren en een evaluatienota zou opstellen. Ofwel ben ik afwezig geweest, ofwel is die nota er nooit geweest.

09.03 Minister Pieter De Crem: Mijnheer de voorzitter, ik houd het kort. Ik zal geen document voorlezen, zodat u niet met bepaalde bewegingen met de rechterarm en pols hoeft te overtuigen.

De regering heeft beslist om tot 31 december van dit jaar in Afghanistan aanwezig te blijven en houdt zich tot nader order aan dat engagement. De regering heeft beslist dat het een volgende regering zal zijn, die zal beslissen over onze militaire inzet, niet alleen in Afghanistan, maar ook in andere theaters als Libië en Centraal-Afrika. Wij laten het aan de volgende regering dat te doen.

Wat Libië betreft, collega Geerts, zijn er vorige week drie vergaderingen geweest: een vergadering achter gesloten deuren van de commissie voor de Militaire Operaties, een vergadering met open deuren van de commissie voor de Landsverdediging en een gemengde vergadering van de commissies voor de Landsverdediging en voor de Buitenlandse Betrekkingen, waar het debat over de strategie inzake Libië uitvoerig is gevoerd, zij het helaas in de aanwezigheid van weinig mensen.

k verwijs u naar de verslagen van de Kamer en hoop, zoals vele van mijn collega's, dat er zo vlug mogelijk een nieuwe regering komt, die met volheid van bevoegdheid over het dossier kan beslissen.

09.04  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen!): Mijnheer de minister, u hebt evenveel kennis van militaire zaken als ikzelf. U weet dus zeer goed dat de eventuele verlenging van een militair engagement voor een buitenlandse operatie moet gebeuren 6 maanden vóór het einde ervan. Wij zijn nu 6 maanden vóór het einde van het mandaat. De beslissing zal moeten genomen worden door de regering, of die nu in lopende zaken is of niet. U ontloopt uw verantwoordelijkheid. Technisch gezien kunt u dat zelfs niet doen.

k heb u duidelijk gevraagd of u in de NAVO zult ijveren om te komen tot een bredere politieke strategie in Afghanistan. U hebt daar niet op geantwoord. Zoals altijd volgt u slaafs de lijn die door andere landen en de NAVO wordt uiteengezet, maar u mengt zich politiek gezien niet in het debat over welke richting het moet uitgaan in Afghanistan. Wij hebben dat land in puin geschoten. De operatie is mislukt. Nu zegt het ene land na het andere dat het zich terugtrekt, zonder dat er een globale politieke visie achter zit. U hebt vandaag geen blijk gegeven dat u die visie wel hebt.

09.05  David Geerts (sp.a): Mijnheer de minister, ik ben het met u eens dat er zo snel mogelijk een regering komt. Maar daar eindigt onze overeenstemming.

Voorzitter, ik vind het ongelooflijk belangrijk dat wij een plenair debat houden over ons engagement in Afghanistan. De heer Van der Maelen en ik hebben ter zake een voorstel van resolutie ingediend. Ik kijk nu naar u en naar de heer de Donnea. Ik vraag u het gesprek te beginnen, niet alleen over onze strategie, maar ook over de visie van eenieder over een oplossing.

Wat Libië betreft, heeft de regering zich geëngageerd een evaluatienota op te stellen. Die is tot heden nog niet ingediend.

 

http://www.dekamer.be/doc/PCRI/html/53/ip041x.html

 

 
< Vorige   Volgende >
 Focus  
 
Home
Wie is ?
Parlementair werk
Heist-op-den-Berg
Foto's
Links
Contact