|
Defensie krijgt met de huidige crisis paradoxaal genoeg een enorme kans: een grote groep jonge gemotiveerde mensen is klaar om een job op te nemen bij het leger. Helaas staat tegenover al dat jong en wild enthousiasme geen organisatie met een wervend project en vooral een heldere visie.
Sp.a-Kamerlid David Geerts wijst daarvoor naar minister van Defensie Pieter De Crem (CD&v). Diens beleid is een aaneenschakeling van wilde aankondigingen, stoere verklaringen en ondertussen bijzonder weinig daadkracht. Ondertussen neemt de ongerustheid bij de militairen en de burgers van Defensie alleen maar toe. Net daarom is het meer dan tijd voor een fundamenteel debat met experts om de komende 10 jaar het Belgisch defensiebeleid te sturen. Zowel de enthousiaste jongeren als het huidig personeel heeft recht op die duidelijkheid. Geerts hoopt dat de nieuwe stafchef, generaal Delcourt, de enorme uitdagingen ter harte zal nemen.
Eind januari kondigde De Crem aan dat hij verder snoeit in Defensie: hij voorziet 37.750 militairen en burgers tegen 2010. Generaal August Van Daele, voormalig Chef Defensie, schoof een cijfer naar voren van 32.000 militairen. ‘Meer is onbetaalbaar', stelde hij.
Dit soort natte vinger werk moet stoppen. Is het te veel gevraagd van deze minister van Defensie om zijn irrationele revanchegevoel ten opzicht van Paarse en meer bepaald voorganger André Flahaut (PS) af te werpen, en eindelijk klare wijn te schenken?
Nu al zijn de contouren waarbinnen we zullen werken met Defensie duidelijk. Alleen moeten we durven helder te definiëren hoe we verder kunnen samenwerken met andere EU- en Navo-lidstaten. En vooral tegen welke kostprijs hiervan is. De Europese poot binnen de Navo dient verder versterkt te worden, dat leidt geen twijfel. Alleen op die manier kunnen we ook binnen die alliantie een eerlijk debat krijgen over het huidige, uitzichtloze conflict waar we in betrokken zijn: de oorlog in Afghanistan. Premier Van Rompuy zegt wel dat hij naar een evenwicht wil gaan in militaire inspanningen, diplomatie en ontwikkelingssamenwerking, maar de uitgavecijfers geven een andere realiteit. Op mijn vraag hoe men moet komen tot een succesvolle exit-strategie bleef de premier het antwoord schuldig.
De afgelopen jaren heeft Defensie al een keuze genomen inzake investeringen. Voor de landcomponent is beslist om het hoogste gevechtsegment (tanks en zware artillerie) te laten voor wat het is, en te specialiseren in een mediane capaciteit (materiaal dat meer toegespitst is op vredesoperaties, zoals pantserwagens). Dit is gebeurd in nauw overleg met andere NATO-lidstaten. Deze keuze had dan ook een invloed op de verschillende investeringen, onder meer de optie om onze nieuwe pantserwagens ‘slechts' uit te rusten met een 90 mm kanon.
Het klopt dat de andere NATO-lidstaten dit kaliber niet hadden, en dat de samenwerkingsmogelijkheden daardoor beperkter zijn, maar het kanon paste in de keuze voor een mediane capaciteit. Dit ‘een kanon op een ijskarretje' noemen, zoals minister De Crem heeft gedaan, getuigd van kortzichtigheid, revanchisme en weinig dossierkennis. De budgettaire realiteit laat gewoon niet toe om naar alternatieven te zoeken en opnieuw voor zware tanks te gaan om de Léopards te vervangen. De Crem houdt het personeel voor het lapje als hij doet uitschijnen dat hij de keuze voor het 90mm kanon kan terugdraaien. Daarnaast stoort het mij dat veel nieuw materiaal niet gebruikt wordt in operaties. Tijdens de voorbije regering is er op vraag van mijn partij gewerkt met optionele schijven. Deze konden alleen gelicht worden indien zou blijken dat men het materiaal effectief nodig zou hebben. Ook was afgesproken dat de commissie legeraankopen de dossiers kon volgen. Helaas is deze commissie in 2008 slechts tweemaal (!) samen gekomen. De Crem zet het parlement gewoon een neus.
Op het vlak van personeelsbeleid mist men elke realiteitszin. Outsourcing, herscholingen en externe mobiliteit zijn dure woorden die telkens opnieuw vallen, maar waarbij de beoogde cijfers systematisch veel te rooskleurig worden ingeschat.
Bovendien zullen de jongen mensen die nu bij Defensie komen geconfronteerd worden met de problemen van een beperkte rekrutering de laatste jaren. De Crem slaagt er niet in om de leeftijdspiramide op orde te krijgen en zo te garanderen dat er de komende massale uitstroom door pensionering opgevangen zal worden. Want het is door de normale pensionering dat het leger zal afslanken.
In het CD&V-kiesprogramma dat De Crem over Defensie verdedigde was sprake van grote extra enveloppes om de hervormingen en sanering te betalen. In realiteit gebeurt er eigenlijk niet veel. En eigenlijk is dit zonde. Want door nu te anticiperen, kan men binnen vijf jaar een gezonde organisatiestructuur krijgen.
Ik ben bereid om vanuit de oppositie op een constructieve manier mee te werken en hoop dat de nieuwe CHOD een realistische visie zal hebben op de wijze waarop het departement georganiseerd moet worden.
Bijgevolg moet De Crem ophouden met zijn onbetaalbare aankondigingspolitiek en zich focussen op wat hij wel heeft: de verkoop van het overtallige materiaal, de verschillende aankoopprogramma's evalueren, de internationale samenwerking herbekijken en de personeelscurve voortdurend in het oog houden. Enige dossierkennis laten zien op zijn kabinet, in het parlement en in contacten met zijn militaire top zou daarbij een minimum zijn. Uiteraard is dat minder prettig dan reisjes naar New York of de Zuidpool, maar Defensie verdient beter.
David Geerts
Dd 2/4/09
|